‘s Ochtends sliep ik lang uit. Toen ik wakker werd, ging ik toast maken. Dat aten we voor het ontbijt en dat was heel lekker. ’s Middags kwamen de Wizard en de Moonrise naar onze baai. We speelden op het strand en voeren rondjes in onze bijboten. We gingen heel snel en maakten scherpe bochten. Dat was erg leuk. Op het strand waren heel veel doorzichtige baby-garnalen die de hele tijd omhoog sprongen.Dat was grappig. Daarna bedachten we om ’s avonds een kampvuur te maken. We sprokkelden allemaal hout en takken en hars van bomen. We vonden ook veel dennenappels. Ook vonden een klompje hars. Toen we dat allemaal hadden gedaan, gingen we eten. Toen was het moment aangebroken. Allemaal gingen we naar het strand en staken we het harsklompje aan. Dat brandde goed. Toen ging ook het hout branden. We hadden marshmellows mee, roosterden deze in het vuur en aten ze toen op. We gingen ook nog voetballen in het donker. Je kon elkaar niet zien. Alleen de bal kon je zien, want die was wit. Toen waren we klaar en moest het vuur uit. We gingen het uitplassen (hiha) en er zand over gooien. Toen het vuur helemaal uit was, ging iedereen weer naar zijn boot.
zaterdag 14 augustus 2010
Galicië
Over dat zeilen: na een paar heerlijke rustdagen in La Coruna zijn we doorgevaren naar Ria de Corme, 30 mijl zuidwaarts. Op zee heerlijk voor het lapje (voor de wind) gezeild. Maar in die ria waaide het snoeihard -het effect van landwind en -warmte welke de zeewind versterkt- en schoten we met een snelheid van 14 knopen richting ankerbaai. Die ankerbaai leek van een afstandje wat klein en krap en weinig beschut tegen die harde wind en dus overstag gegaan en besloten door te varen naar het 15 mijl verderop gelegen Camarinas. Ook in die ria een puist wind, maar net even meer ruimte en overzicht waar het het beste ankeren was gezien de harde wind. Overigens: die wind gaat ’s avonds rond zonsondergang –bijna- altijd weer liggen en ’s nachts is het dan windstil en kun je rustig slapen. Voor een prachtig strandje hebben we het anker laten vallen om het 2 dagen later pas weer te lichten. Met de zon in het gezicht was Finisterre het volgende doel. Na 2 uurtjes kwam er dichte zeemist op zetten. Een gekke gewaarwording: in een dun zonnetje gezeten toch niet meer dan 100 meter rondom de boot kunnen zien. Met de huidige techniek is zeilen in de mist allemaal niet zo heel spannend meer en kunnen misthoorns in de kast blijven liggen: met behulp van de radar/MaxSea/AIS zie je mogelijke “obstakels” en andere zee-gebruikers.
Ons aanvankelijke plan om in Finisterre naar de beroemde vuurtoren te wandelen, hebben we laten varen. De weerkaarten laten harde wind zien vanaf donderdagmiddag tot en met zondag. En met die harde wind liggen we liever iets meer beschut in Ria de Muros dan in Finisterre. En aldus geschiedde en heb ik nu dit stukje gecomponeerd in Ria de Muros.
PS: voor wie het nog niet gezien heeft …. in het rechterkatern staat een link naar ons nieuwste filmpje, nl. over onze Biskaje-oversteek.
27 juli 2010, BIG FISH (door Tico)
‘s Ochtends gingen we met z’n allen naar de wasserette. Ik nam de bal mee, zodat we konden voetballen. Ik ging met Sil en Papa naar een veilig veldje waar we konden voetballen. Ik had de bal in het water geschoten. Ik kon hem nog wel pakken. Wat later gingen we krabben vangen. Dat deden we op de kant. Ik vond daar een complete krabbenset. Daarmee ging ik toen krabben vangen. Ik had heel veel krabben aan de lijn, maar ze vielen er steeds vanaf. Net als bij Sil. Ik zag toen ook een aalscholver die een paling had gevangen. Hij probeerde de paling door te slikken maar dat lukte niet. De paling wurmde zich steeds bijna uit de bek van de aalscholver. Uiteindelijk lukte het de aalscholver om de paling door te slikken.
Later gingen ik en Papa met de bijboot op open water “slepen” (vissen). Papa had de marifoon mee en daardoor konden we met andere boten praten. Net toen we ophingen, voelde ik iets aan mijn lijn. Ik had BEET!! Een grote makreel zat er aan!! Die doodden we toen en toen gingen we verder . We vingen daarna niks meer, dus gingen we naar de boot. Toen maakte Papa de vis schoon en stopte ‘m in de vriezer. Daarna gingen we eten. Na het eten werd Papa gebeld door een andere zeiler. Die kwam naast ons liggen en die kwamen bij ons op bezoek. Zij maken ook een wereldreis. Later gingen ze weg en was het al half 12. Toen ging ik slapen.
26 juli 2010, Dartmouth Castle (door Tico)
We gingen naar Dartmouth Castle. Het was niet ver, want we konden lopen. Toen we er waren, zagen we veel graven van dode mensen. Die mensen zijn doodgegaan door de oorlog tegen Frankrijk. De engelen (zo noem ik Engelse mensen) wilden de haven van Dartmouth beschermen en dus legden ze een ketting aan tussen de twee wanden van de rivier, zodat de Franse schepen niet de haven in konden. Als die schepen tegen de ketting vast lagen, konden de engelen de schepen kapot schieten vanuit het fort. Er waren dus veel kanonnen in het kasteel. Er was een filmpje waar ze lieten zien hoe je een kanon af moest vuren. Toen gingen we weer terug naar de boot.
zaterdag 7 augustus 2010
Camaret (France) - La Coruna (Spain)
Hoe was de oversteek van de Golf van Biskaije? Pfff, weer hard werken.
De Golf van Biskaije is er namelijk één van de overtreffende trap. Als het waait, dan waait het in de Golf van Biskaije altijd iets harder. Als de golven hoog zijn, zijn de golven in de Golf van Biskaije nog hoger. Die harde winden hebben vast te maken met weerpatronen die juist boven die Golf samen komen of botsen met elkaar (iets met een Azoren Hoog en oprukkende lagedrukgebieden?!).
De golven houden verband met het “continentale plat”. De zeebodem tot ca. 100 mijl uit de kust is zo’n 90 – 130 meter diep. Op enig moment maakt die bodem een vrije val naar 4500 meter diep. Een soort onder-water-afgrond. De oceaangolven worden opgestuwd tegen dat "continentale plat". Gecombineerd met de trechtervorming aldaar (de brede Atlantische Oceaan komt uit in het smalle Kanaal) kan dat hele rare zeeën geven.
Enfin, wij hadden een prima weather window (weersvooruitzicht).
De voorspelling: we zouden beginnen met west/zuidwestenwind welke zou draaien naar noordwest, misschien nog even terug zou krimpen naar west om vervolgens weer te ruimen naar noordwest en zou eindigen in noord/noordoosten wind. En dat alles kracht 3.
De praktijk: de windrichting klopt met hierboven. De kracht bleek iets harder, namelijk 4-5-6.
Qua zeilen betekende dat: eerst aan de wind, daarna halve/ruime wind, terug naar aan de wind, vervolgens weer ruim en uiteindelijk voor de wind. En dus een hobbelige, hoge en zeer oncomfortabele zee, doordat de golven zich vlot opbouwden. Ondanks gereefd tuigage (vanaf halverwege de trip dubbel rif in grootzeil en fok helemaal weggedraaid) voelde het alsof we in een raceboot zaten (Of, stel jezelf voor in een snelle auto met 80-100km/uur over een kronkelig en bochtig landweggetje scheuren. Best even spannend, maar als het langer duurt, ga je toch iets rustiger rijden.)
De wind in de zeilen sleurde, sleepte, sjorde de boot door het water. En ondertussen botsten en beukten de golven tegen de romp en het brugdek. We deden voor het reven wel 10-11 knopen en na het reven uiteindelijk nog steeds gemiddeld 7-8 knopen! Maar, de bewegingen waren door het reven wel iets soepeler en zachter (lees: iets minder hard en bonkend). Ik kan niet zeggen dat het allemaal erg comfortabel was (understatement), maar we schoten wel op.
De luchten die we over kregen waren ook niet van het type “gezellig”. Grijs in alle tinten die je maar kunt bedenken, waarbij het bij een donkergrijze lucht altijd weer afwachten was of er regen uit zou vallen en nog meer wind zou geven.
Onderweg hadden we op gezette tijden ssb-contact met de Moonrise en de Wizard: op de hoogte blijven van ieders voortgang en –in het kader van “gedeelde smart is halve smart”- wat hoogte- en dieptepunten met elkaar delen.
Alle proviandering ten spijt hebben we deze oversteek buitengewoon weinig gegeten met z’n allen: droog crackertje (lekker neutraal), beetje soep (voor het vocht), wat chips (voor het zout), wat cola (voor de suikers), een appeltje (lekker fris). Voor Coos en mij niet zo erg: er kon nog wel een welvaartskilootje af.
De kinderen hadden overigens geen last van slapeloosheid: zij sliepen overdag wat en snurkten in de nacht ook gewoon dik 9 uur slaap achter elkaar weg. Overdag vermaakten zij zich met dvd-tje kijken of wat met de net verdiende Nintendo spelen!! Het was voor hen een toptijd, haha!
De 2e avond op zee draaide de wind in de rug, kregen we de oceaandeining ook iets gunstiger onder het schip en normaliseerde het leven weer een beetje. Van een staat van enigszins “overleven” keerden we terug naar “leven” en zelfs voorzichtig een gevoel van genieten. In de ochtend scheen de zon (eindelijk blauw na al dat grijs), kwam de eetlust weer terug, kon ook ik wat in slaap vallen en had Coos weer zin om te vissen. Die laatste ochtend heeft ie met een sleeplijn een flinke Atlantische Bonito naar binnengehaald.
Zo’n 51 uur later en met weer zo’n 365 mijl op het log arriveerden we donderdag 5 augustus 2010 in Coruna en knoopten we vast in Darsena Marina Coruna, in het centrum van de stad. We liggen hier met een heel aantal andere Nederlandse boten met gezinnen. Naast de Moonrise en Wizard blijken ook de Emma en de Seaquest in Coruna te liggen. Volop gezelligheid aldus.
De Golf van Biskaije is er namelijk één van de overtreffende trap. Als het waait, dan waait het in de Golf van Biskaije altijd iets harder. Als de golven hoog zijn, zijn de golven in de Golf van Biskaije nog hoger. Die harde winden hebben vast te maken met weerpatronen die juist boven die Golf samen komen of botsen met elkaar (iets met een Azoren Hoog en oprukkende lagedrukgebieden?!).
De golven houden verband met het “continentale plat”. De zeebodem tot ca. 100 mijl uit de kust is zo’n 90 – 130 meter diep. Op enig moment maakt die bodem een vrije val naar 4500 meter diep. Een soort onder-water-afgrond. De oceaangolven worden opgestuwd tegen dat "continentale plat". Gecombineerd met de trechtervorming aldaar (de brede Atlantische Oceaan komt uit in het smalle Kanaal) kan dat hele rare zeeën geven.
Enfin, wij hadden een prima weather window (weersvooruitzicht).
De voorspelling: we zouden beginnen met west/zuidwestenwind welke zou draaien naar noordwest, misschien nog even terug zou krimpen naar west om vervolgens weer te ruimen naar noordwest en zou eindigen in noord/noordoosten wind. En dat alles kracht 3.
De praktijk: de windrichting klopt met hierboven. De kracht bleek iets harder, namelijk 4-5-6.
Qua zeilen betekende dat: eerst aan de wind, daarna halve/ruime wind, terug naar aan de wind, vervolgens weer ruim en uiteindelijk voor de wind. En dus een hobbelige, hoge en zeer oncomfortabele zee, doordat de golven zich vlot opbouwden. Ondanks gereefd tuigage (vanaf halverwege de trip dubbel rif in grootzeil en fok helemaal weggedraaid) voelde het alsof we in een raceboot zaten (Of, stel jezelf voor in een snelle auto met 80-100km/uur over een kronkelig en bochtig landweggetje scheuren. Best even spannend, maar als het langer duurt, ga je toch iets rustiger rijden.)
De wind in de zeilen sleurde, sleepte, sjorde de boot door het water. En ondertussen botsten en beukten de golven tegen de romp en het brugdek. We deden voor het reven wel 10-11 knopen en na het reven uiteindelijk nog steeds gemiddeld 7-8 knopen! Maar, de bewegingen waren door het reven wel iets soepeler en zachter (lees: iets minder hard en bonkend). Ik kan niet zeggen dat het allemaal erg comfortabel was (understatement), maar we schoten wel op.
De luchten die we over kregen waren ook niet van het type “gezellig”. Grijs in alle tinten die je maar kunt bedenken, waarbij het bij een donkergrijze lucht altijd weer afwachten was of er regen uit zou vallen en nog meer wind zou geven.
Onderweg hadden we op gezette tijden ssb-contact met de Moonrise en de Wizard: op de hoogte blijven van ieders voortgang en –in het kader van “gedeelde smart is halve smart”- wat hoogte- en dieptepunten met elkaar delen.
Alle proviandering ten spijt hebben we deze oversteek buitengewoon weinig gegeten met z’n allen: droog crackertje (lekker neutraal), beetje soep (voor het vocht), wat chips (voor het zout), wat cola (voor de suikers), een appeltje (lekker fris). Voor Coos en mij niet zo erg: er kon nog wel een welvaartskilootje af.
Het slapen ging ook niet van een leien dakje: in 48 uur hebben we elk maximaal 3-4 uur geslapen. En als ik dan even wegdommelde, dan droomde ik van een camper in Canada, waar we geen rekening hoefden te houden met wind en golven en het enige gevaar een verdwaalde grizzlybeer zou zijn.
dinsdag 3 augustus 2010
Op weg naar Coruna-Spanje
Een lange(re) oversteek maken is hard werken .. pffff. Fysieke ongemakken voor lief nemen, nachtwachten draaien (3 uur op-3 uur af) en jezelf mentaal programmeren op "verstand op nul en blik op oneindig".
Die 70 mijl naar Camaret -op de motor- duurden voor ons gevoel eindeloos, maar uiteindelijk lieten we om 04.30 uur het anker vallen in de baai van Camaret en lagen we om 05.00 uur in ons bed om in een comatueuze slaap te geraken. Een paar uur later werden we weer wakker, scheen de zon en lag de dag voor ons. Moules et frites voor lunch en een middagje aan het strand als toetje. Héérlijk.
Nadat we afgelopen vrijdag en zaterdag de diverse weerberichten bekeken hadden, besloten we zondagochtend vanaf Falmouth aan de oversteek naar La Coruna-Spanje te beginnen: 430 mijl. Bij een gemiddelde snelheid van 6 knopen zouden we daar zo'n 72 uur over doen. De wind zou aanvankelijk uit het westen komen en licht waaien. Naarmate we vorderden zou de wind doordraaien naar noord-west, noord en uiteindelijk noord-oost.
Welnu, de wind was vooral west/zuidwest (aan de wind zeilen) en de zee was knobbelig, hobbelig en vervelend. En dat had z'n effect op onze fysieke gesteldheid: beetje katterig en geen van ons had veel eetlust. De luchten waren afwisselend onheilspellend met donkere regenwolken en dan weer kleine opklaringen met blauwe lucht. Donkere wolkenpartijen zijn nooit echt fijn als je op zee zit: zit er alleen regen in? Of zit er ook een puist wind in? Gelukkig bleef het met die wolkenfronten bij een onheilspellend beeld: geen regen en ook geen windvlagen. Maar relaxed is het niet. Ondanks de nare zee, de sombere luchten en het katterige gevoel schoten we de eerste 12 uur behoorlijk op met gemiddeld 7-8 knopen snelheid.
Een aan het begin van de avond via ssb (korte golf zender/ontvanger) opgehaald weerbericht gaf behoorlijk veel wind rond Cape Finisterre en iets daarboven (en daarboven, net om de bocht, oostelijk, ligt Coruna). En dat zou opeens westenwind zijn i.p.v. de aanvankelijk voorspelde noordenwind.
Concreet betekende dat voor ons dat we de laatste 12 uur van 3 dagen varen wéér (nog steeds?) aan de wind zouden moeten zeilen met als kadootje, gratis erbij, een forse zeegang. We waren het direct met elkaar eens dat we daar geen zin in hadden. Was er een alternatief en zo ja, wat voor alternatief?
Camaret sur Mèr, was het alternatief, een prima haven aan de Zuid-Bretonse kust (nabij Brest). Dus de koers enigszins verlegd en opeens het vooruitzicht nog maar 70 mijl te hoeven varen in plaats van 350! Best een fijn idee.
Inmiddels was er nauwelijks nog wind en hadden we de motor gestart. Nog geen 10 minuten later kwamen van een afstandje wel 15-20 dolfijnen naar ons toe gezwommen en gedoken en zij bleven een tijdje rondom de boot spelen. Magnifiek, mooi! Een bevestiging van een juiste beslissing?
Wist je dat...
"Crabbing" dé nationale sport in de engelse kustplaatsjes is. Gezeten op de kademuur of op een steiger vind je hele families druk doende met krabvissen. Een touwtje met een stukje lood en een mini-waszakje waarin een stuk inktvis/makreel/spek. En dan maar in het water ermee en wachten tot de krab zich aan het netje heeft vastgeklampt. Het speciale doorzichtige emmertje (kunnen de toeschouwers goed zien of en hoeveel je er al gevangen hebt) vult zich en zodra de emmer vol is, dan maken alle krabben weer een vrije val in de rivier. Wij hebben ook wat uurtjes op kademuur van Dartmouth gezeten met een wat mager gevuld netje waar de krabben uiteindelijk te weinig houvast aan vonden om de gehele 6 meter omhoog gehesen te worden (het was net eb toen wij ons overgaven aan "crabbing"). De meesten haalden bij ons de emmer niet eens maar vielen na 4 meter ophijsen alweer terug in het water.
"Jeu de Boules" helemaal HOT is langs deze Zuid-Engelse kust deze zomer! Iedereen loopt met een netje/mandje gekleurde ballen. Bij gebrek aan jeul de boules-spel doen Coos, Tico en Sil op het strand aan het Oudhollandse "steenwerpen".
Hoe kunnen ze sparen? Door klusjes te doen: tafel dekken/afruimen, helpen met landvasten en boeien, broodkruimels van vloer vegen, vuilnis wegbrengen e.d.. Maar ook door: goed samen te spelen, samen te werken en aardig voor/met elkaar te zijn.
We hebben met z'n allen plezier in het punten sparen. De kinderen omdat ze er iets heel leuks mee kunnen verdienen. En voor ons is het een hulpmiddel om "goed gedrag" van de jongens expliciet te benoemen en te belonen. Elke dag (bij ontbijt of na het avondeten) wordt de stand door Coos met de kinderen bijgewerkt. Na het bereiken van de 114 punten, houdt het sparen niet op. Met de punten die ze doorsparen, kunnen ze (extra) Nintendo-tijd bij elkaar sprokkelen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

























































