Globale reisplanning

Wij, de familie Keijser, hebben van 2010 tot 2011 met onze catamaran SeaMotions, voor een jaar een ' rondje Atlantic' gevaren. We koesteren onze herinneringen in ons dit digitale "book of memories". Daarna ben ik doorgegaan met het zo nu en dan vastleggen van het wel en wee van ons leven op land.







woensdag 16 februari 2011

Retour au Martinique

We hebben een heerlijk relaxed weekend in Grande Anse d`Arlet en dat wordt nog eens extra opgeleukt door de hereniging met onze Franse vrienden van Le Furibard. De kinderen vinden het ook weer super elkaar te zien en zitten in no time spelletjes te doen. Voor we het weten, is er voor ons een “Ti-Punch” ingeschonken, een glaasje rum met suikersiroop en een stukje limoen … Woooooow, mijn keel staat in brand!! Met wat ijsklontjes leng ik de “punch” aan en dan is het iets beter te drinken voor de non-alcholica die ik ben. Bij dit drankje serveren de Fransen een lokale lekkernij genaamd Accras: een soort oliebolletje met gemalen visvulling.

Op zondagochtend liggen Tico en Sil nog voor het ontbijt al in het water en Tico zien we de rest van de ochtend niet meer. Hij is omringd door 4 meisjes en 1 jongen en heeft plezier met zwemmen en snorkelen en ook de kayak wordt getest: zinkt ie wel of niet als er 6 kinderen in zitten? Kortom, dikke pret in het weekend.
Over weekend gesproken: er is een groot verschil in hoe wij in Nederland weekend houden en hoe men dat hier doet. Ploffen wij op vrijdagavond moe op de bank en zijn we op zaterdag en zondag druk met dingen waar we doordeweeks geen tijd voor hebben gehad, op deze eilanden wordt het weekend nog echt “gevierd”. Op vrijdagavond komen de bbq’s op straat, wordt de drank koel gehouden in grote koelboxen (die hebben hier wieltjes, handig joh!) en schettert luide, opzwepende muziek uit de gettoblasters. In restaurants speelt vaak een (steel)bandje. De zondag is een familiedag: dan trekt men er met het gezin op uit naar het strand. Wederom met koelboxen vol eten en drinken. In Grand Anse is het de gewoonte dat heel Fort de France langskomt op zondag, via het water danwel de weg, voor een beetje strandplezier en een uitgebreide lunch in een strandtent. LIVE music klinkt op vanuit een van de vele strandtentjes. Op rechts horen we een vals zingende troubadour die maar van geen ophouden weet (kan nooit goed voor de klandizie zijn) en op links begint een Frans rappende hiphop band: de saxofoon klinkt lekker, de zanger kan beter binnenskamers blijven rappen.


Op maandag begint weer een gewone week. Nou ja, bijna gewoon, want op Valentijnsdag is Opa Jan jarig en tijdens het ontbijt bellen we even naar de jarige! In de loop van de ochtend gaan we vervolgens ankerop en varen we richting St. Anne. Natuurlijk hebben we weer tegenwind … zucht …. We “tacken” ons een weg naar de eindbestemming. Op het laatste rak richting de ankerbaai doen we nog een wedstrijdje met een Duitse Hanse47; dat winnen we, maar wel met zijn vislijn in onze schroef …. Als we voor anker liggen, is het nog een hele klus voor Coos om al die vislijn uit de schroef te halen.

Vanuit St. Anne gaan we ons voorbereiden op het avontuur dat voor ons ligt: de Venezolaanse eilanden Blanquilla, Los Roques en Aves en daarna Bonaire. Deze (voor 90% onbewoonde) eilanden zijn omringd door riffen en daardoor kom je in een caleidoscopische beleving van de kleur blauw: de zee laat alle varianten zien van diepblauw naar turquois. De stranden zijn sneeuwwit en worden afgewisseld door mangrove-lagunes. De onderwaterwereld moet spectaculair en onbedorven zijn en het schijnt een paradijs voor vogels te zijn. Op Gran Roque na, worden de eilanden eigenlijk alleen aangedaan door lokale vissers en een handjevol zeilboten.

Officieel moeten we eerst inklaren (douane en immigratie) op het Venezolaanse eiland Margharita of Los Testigos, maar de laatste jaren hebben deze eilanden zo’n slechte reputatie gekregen i.v.m. piraterij en –gewapende- overvallen, dat wij dit formele traject overslaan en illegaal zullen verblijven op Blanquilla, Los Roques en Aves. In het slechtste geval mogen we van de Coast Guard op elk eiland maximaal 2 dagen verblijven. In het gunstigste geval worden we niet “gezien” en kunnen uitgebreid door de eilandjes “browsen”. Welnu, we gaan het wel beleven, samen met Le Furibard (http://www.lefuribard.com/) en mogelijk ook de Galilea (http://www.catagalilea.com/).

Maar voordat we ons in dat paradijs storten eerst: kapper, provianderen, wasserette, diesel tanken, motoronderhoud, administratie en een internetverbinding tot stand brengen (grrrr, Martinique is echt het slechtste eiland als het gaat om internet!). En ook school gaat gewoon door: Tico wordt ingewijd in de kunst van de staartdeling en Sil is druk met de klanken “sch” en “ng”.

zaterdag 12 februari 2011

Afscheid van Iles des Saintes! Retour au Martinique!

Onze laatste dag op Iles des Cabrits wandelen we naar de hoogste top. Onderweg krabbelen er grote en kleine heremietkreeftjes voor onze voeten weg. Boven op de top stuiten we op diverse muurtjes en bergen stenen, restanten van wat ooit Fort Josephine was. Inmiddels is dit het terrein van de geiten. Overal geitenkeutels en we struikelen zelfs bijna over een uitgedroogd skelet van een minder fortuinlijke geit. Ik schrik me vervolgens weer een hoedje als ik haast op een slang stap: gelukkig is het beest banger voor mij dan ik voor hem. Als ik later met Sil nog eens op slangenjacht ga, vinden we er nog eentje in de “brievenbus” van het fort. Fascinerend om te zien hoe zo’n dier voortbeweegt! Coos geniet ondertussen van het prachtige uitzicht op Bourg des Saintes en Pain de Sucre, onderwijl weerberichten ophalend via free wifi. Wat in de ankerbaai niet lukt, lukt gelukkig op de top van de berg wel.

 

Tico vermaakt zich die hele ochtend met een Frans vriendje: ze gaan weer even kijken bij de pottenbakker alwaar ze direct aan het werk gezet worden: er kunnen weer een paar kleimaskers versierd en geschilderd worden. Na dit stil zitten, is het tijd voor fysieke beweging; er worden serieuze zwaardgevechten (met stokken) gehouden op het strand. Tot ze worden afgeleid door een visser die met een grote manchette zijn vers gevangen kleine en grote roggen op het strand in stukken snijdt. Pfff, kijken hoe een tonijn gefileert wordt is een ding, maar als zo’n prachtig beest als een rog in mootjes wordt gehakt is het toch iets heel anders….

 

Na de lunch gaan we anker op en varen we terug, zuidwaarts, richting Prince Rupert Bay/Dominica. Net als bij ons eerste bezoek aldaar, worden we buiten de baai al tegemoet gevaren en welkom geheten door Mr. Macaroni. Helaas hebben we geen business voor hem. De volgende ochtend, bij het eerste ochtendgloren vertrekken we om in een keer de ruim 70 mijl af te leggen naar Grand Anse d’Arlet/Martinique. We houden het er maar op dat de winderige 30 mijl tussen de eilanden een trainingstochtje is voor de aan-de-windse trip die we begin april richting de Dominicaanse Republiek moeten varen …. pffff.

Rond 17.00 uur laten we ons anker vallen in de baai van Grand Anse en snorkelen we, via een ankercheck, naar het strandje. Onder water zien we weer een dier dat we nog niet eerder gezien hebben: enorme grote, geelkleurige zeesterren!!

 

Coos is “eigenaar” van een nieuw project geworden: besluitvorming of we wel/niet alsnog een windgenerator willen plaatsen. Stroomvoorziening op de boot, ons huis, blijft namelijk een aandachtspunt. Onze zonnepanelen genereren overdag prima stroom om de ijskast en andere stroomslurpers te voorzien van “juice”, maar ’s nachts wordt er wel een aanslag op de accu’s gepleegd. Het schijnsel van de maan is helaas onvoldoende voor de zonnepanelen om om te zetten in amperes, haha.

Inmiddels is wel helder welk merk windgenerator we zouden willen, als we ertoe zouden besluiten, maar daar zit ook direct het probleem. Het merk Spreco (type Silentwind) kan de vraag niet aan …. To be continued en tot die tijd draaien we maar dagelijks of om de dag de motor 2 uurtjes.

 

Sil is momenteel erg bezig met zijn spierballen. Hij vindt dat hij te dunne armen heeft en dus is hij in training gegaan. Elke dag peddelt Sil hiertoe een stuk in de kayak en elke avond helpt hij Coos bij het omhoog lieren van de bijboot. Daarna, voor het slapen gaan, worden nog een keer de spierballen opgebold om te zien of deze krachttraining al in de richting van een gewenst resultaat leidt.

 

Tico is met iets geheel anders bezig: het schrijven van een verhaal. In het kader van Taal doen we eens iets anders dan het werkboek Taal op Maat (welke we overigens helemaal doorgewerkt hebben) of het groene werkboekje Werkwoordspelling. Zijn verhaal heeft vooralsnog de werktitel “De wraak van het Rijk” en zal, als de schrijver zijn toestemming geeft, te zijner tijd op dit weblog gepubliceerd worden.

 

PS: de foto’s van Iles des Saintes staan online! Evenals foto’s van de Indian River Tour/Dominica; deze zijn toegevoegd aan het webalbum Dominica-febr2011!!

donderdag 10 februari 2011

Baguette, pain au chocola en een poterie!

Maandag, in het speelkwartier van school, verplaatsen we de boot naar een ogenschijnlijk iets rustigere plek in de ankerbaai. Met de name de dwarse golven maken de ankerbaai van Bourg des Saintes wat oncomfortabel. We laten het anker plonzen vlak achter 2 gele waarschuwingsboeien en de mannen gaan snorkelend controleren of het anker goed ingegraven ligt. Dat is het geval (gelukkig). En ze ontdekken nog meer. Ze schrikken er in eerste instantie zelfs van. Die gele waarschuwingsboeien staan er, omdat er een wrak op de bodem ligt. Hartstikke spannend natuurlijk en zowel Tico als Sil duiken er met ingehouden adem naar toe! Ik vind het te stoer dat Tico wel 4 meter diep duikt en ook Sil doet maar nauwelijks voor zijn grote broer onder met een diepte van 3 meter. Persoonlijk vind ik het al een hele prestatie dat ik met snorkel en –pijp onder water durf, maar mijn lijf meer dan een halve meter onder water is het absolute maximum. Overigens heb ik de kinderen wel versteld doen staan toen ik opeens van de boot in het water ging “duiken”. OK, dat ziet er allemaal niet zo heel flitsend uit (lees: ik ga als een platvis het water in), maar voor iemand die normaal zijn zonnebril en lippenstift ophoudt en geen druppels in het gezicht wil, is het al een hele grote stap.

Het dorpje Bourg de Saintes is echt Frans: veel kleine galerietjes met aquarellen, veel “boutique”-jes waar kleding van witte katoen verkocht wordt (Le Cotton Blanc o.i.d.) en ook de tegenhanger hiervan, rokken/broeken/blouses/hoeden/placemats/servetten, etcetera, van typisch Frans-Caraibisch bontgekleurde ruitjesstof, is ruim vertegenwoordigd.
Er wonen ongeveer 3000 mensen op Terre d’ Haut/Bourg des Saintes en die mensen ogen allemaal heel Frans. Er rijden maar een paar auto’s op het eiland, want eigenlijk heeft iedereen een scooter (deze kun je volop huren!). We wandelen langs allerschattigste gekleurde huisjes naar de andere kant van het eiland en passeren een bloemrijke begraafplaats. Niet de treurnis van dikke, oude bomen, vallende bladeren en grijze, zware grindpaden, maar juist witte graftombes die opgepimpt zijn met felgekleurde plastic bloemen in vazen, bakken, flessen en potten. Als je dan toch begraven moet worden, dan is dit wel een “gezellige” plek, moet ik zeggen.

Dinsdagochtend, na onze verse baguette, gaan we anker op en verhuizen we naar de ankerbaai Pain de Sucre. We kruipen achter de rots, redelijk dicht bij het strandje en zorgen ervoor dat we met ons anker gevrijwaard blijven van de zoetwaterleiding die “ergens” over de bodem loopt (bij nadere inspectie blijkt die buis precies onder de boot te liggen – en dus ver genoeg bij het anker vandaan). Qua snorkelen is hier niet veel te beleven, maar het strandje is wel weer leuk. Met de kayak peddelen de jongens er heen en de hele middag vermaken ze zich met zwemmen, kayakken en zandkastelen bouwen. Aan het einde van de dag maken we nog een wandelingetje naar een leuk uitzichtspunt. Terug denken we een shortcut te nemen naar het strandje. Helaas stuiten we halverwege het pad op een pinnig Frans mevrouwtje met bijbehorend hondje. We hoeven geen Frans te verstaan om te begrijpen wat ze vervolgens tegen ons zegt. In rap Frans maakt ze ons duidelijk dat we daar niet horen te lopen en of we, wel direct, willen ophoepelen. Tja …even een kort door de bocht constatering: hoe meer welvaart, hoe meer individualisme en hoe minder tolerant, gastvrij en behulpzaam?! Op de armste eilanden hebben wij de mensen daarentegen als vriendelijk, gastvrij en behulpzaam ervaren. Van een afstand kun je zien dat daar met groot gevoel voor de gemeenschap geleefd wordt: men doet veel voor de gemeenschap en de gemeenschap doet veel voor hen.
En dan een stukje zelfreflectie: zijn wij in Nederland zo gastvrij? De eerlijkheid gebiedt mij om te zeggen dat we waarschijnlijk niet veel vriendelijker zijn dan dat pinnige Franse mevrouwtje…..

Op woensdagochtend helaas geen verse baguette (Pain de Sucre is te ver bij het dorpje vandaan). Halverwege de ochtend verplaatsen we naar de ankerbaai van Iles de Cabrit, oftewel geiteneiland; het barst hier van de geiten. Daar liggen we, heerlijk beschut, achter ons anker en met een achterlijn naar de kant..
’s Middags gaan we even naar de kant en belanden we, na 25 meter lopen al, bij een Franse pottenbakker die van op het eiland gewonnen klei “hangplantenpotten” maakt in de vorm van maskers. En die kun je kopen voor 5 euro.  En als je dat niet doet, even goede vrienden. De kinderen mogen dan zelf plaatsnemen achter de “draaitafel” en hun eigen asbak en vaas maken. En deze vervolgens ook nog eens bewerken met vorkjes, prikkertjes, mesjes (voor wat relief). En om het geheel af te maken schilderen ze hun kunstwerken met door de pottenbakker zelfgemaakte, “organic” verf. Kortom, zomaar spontaan een complete pottenbakworkshop (zonder het bakken dan). Ter afsluiting van deze creatieve sessie gaan de mannen, inclusief pottenbakker, nog even klei-darten op de muur van het "atelier". En dat is eigenlijk nog veel leuker (vinden de jongens). Welnu, al met al is dit allemaal wel weer heel gastvrij en vriendelijk. Gelukkig! De wereld is nog niet verloren. J

dinsdag 8 februari 2011

Iles des Saints

Op zondagochtend staan we om 08.00 uur klaar voor Mr. Macaroni, de local die ons in zijn speed/roeiboot mee zal nemen de Indian River op. We scheuren op volle snelheid naar de riviermond en de ogen van Tico en Sil stralen (“we zitten in een speedboot!”). Daar moeten we eerst onder de brug schuilen voor een enorme hoosbui. Voor de zekerheid trekken we toch maar onze LEGO-land regenponcho’s aan… Na een minuut of 5 is het droog en haalt Alexander Macaroni zijn roeispanen tevoorschijn en peddelt hij “easy does it” stroomopwaarts. Onderweg vertelt hij over de bloodwoods, de mangrovebomen met hun waaierachtige wortels die, als je ze opensnijdt, rood “bloed” bloeden. Op de oevers zien we overal landkrabben, groot en klein, scharrelen. We leren over de termieten die zelfs in de dunne stengels van een jongen bananenboom hun grote, eivormige termietennest kunnen bouwen.

Wist je dat termieten blind zijn en daarom zo’n zwart spoor op de bast van een boom achterlaten? Dan kunnen ze de weg terug weer vinden.

Wist je dat wanneer je zelf de weg kwijt raakt in het regenwoud en je belaagt wordt door muskieten je een termietennest moet opzoeken? Dan breek je daar een stuk van af, je versnippert de nestbrokken en smeert jezelf daarmee in. Daarna stink je zo ontzettend, dat geen muskiet je meer lastig valt.

Wist je dat de scènes rondom de heks Tia Dalma in de film Pirates of the Caribbean II in deze rivier zijn gefilmd? Er staan geen filmrekwisieten meer, maar Tico herkent de plek van haar hut direct.

Na een uurtje peddelen, komen we aan bij een soort van bar waar je overheerlijke verse fruitpunch kunt drinken …. behalve op zondag. De uitspanning ziet er wel eco-verantwoord uit: regenwater wordt in lege verfemmers opgevangen, de krukjes zijn gemaakt van boomstammetjes, de gehele plek is ontdaan van elke vorm van luxe of comfort.

Het stroomafwaarts peddelen bijna als vanzelf en net voordat een volgende regenbui losbarst, zijn wij weer onder de brug.

 

In de ankerplaats hebben we achterburen gekregen: de clipper Stad Amsterdam ligt achter ons voor anker en wij gaan er even heen met de bijboot om de kapitein de groeten van mijn zus over te brengen. We worden gastvrij aan boord uitgenodigd door de bemanning (deze zijn even een paar uur vrij omdat de gasten op het land een toer aan het doen zijn …. met Seacat) en de kinderen worden direct enthousiast rondgeleid over dit prachtige zeilschip. We maken kennis met de kapitein (Richard Slootweg) en wisselen Atlantische zeilavonturen uit.

 

Rond het middaguur is het voor ons tijd om anker op te gaan en 20 mijl naar Iles des Saints te zeilen. Halve wind (windkracht 5-6) is het snel zeilen naar deze volgende bestemming.

De ankerbaai voor het stadje Bourg des Saintes is nog hetzelfde als 9 jaar geleden: lastige ankergrond (hard, koraalachtig zand), harde, vlagerige winden en een nare golfslag die om de hoek komt rollen.

 

Vandaag, maandag, ontbijten we weer met verse baguette en gaan dan direct aan de slag met school. ’s Middags houden we een relaxte siësta en gaan de mannen nog even snorkelen, voordat we nog even een wandelingetje door het stadje gaan maken. To be continued!

 

 

zaterdag 5 februari 2011

Foto's Martinique en Dominica staan online!

De foto's van Martinique en Dominica (Roseau) staan online!! Zie hiervoor het rechterkader.

We liggen inmiddels voor anker in Prince Rupert Bay/Dominica en gaan morgenochtend vroeg met Mr. Macaroni op rivier-expeditie.

To be continued!!

Verpletterend Dominica, natuurschoon in de overtreffende trap!

De nacht voor anker in de baai van St. Pierre/Martinique is een onrustige. De wind wordt als een kanonskogel van de vulkaan afgeschoten, maakt in de baai nog een pirouette en dendert dan over het dek. Alle boten draaien voortdurend alle kanten op. Rond middernacht heeft Coos het idee dat het anker licht aan het krabben is, maar door het draaien van de boot is het moeilijk te zien. Dus maar weer verder gaan slapen. Rond 04.00 uur maakt onze achterbuurman ons wakker: we liggen bijna (= net niet) tegen zijn voorkant aan. Coos’  gevoel eerder die nacht is dus juist geweest…. Dus anker op en elders een nieuw plekje zoeken. Met een half uur is de klus geklaard en kunnen we weer verder slapen.

 

De volgende ochtend, om 09.00 uur, is het Office du Tourisme open en is Coos de eerste voor het uitklaren. Om 09.30 uur varen we de baai uit en varen we richting Dominica. Tegen de tijd dat we bij de Noordpunt van Martinique zijn, giert de wind weer door de verstaging en schieten we door en over de golven. En soms golft de golf over de boot. Na zo’n 5 mijl worden zee en wind wat kalmer en varen we met een steady snelheid van 8-9 knopen, aan de wind, naar ons doel. In Dominica heb je 2 ankerbaaien: in het zuiden bij stad Roseau en in het Noorden bij Portsmouth. Wij gaan naar Roseau, omdat we daarvan uit een toertje willen maken. Boatboy Jason komt ons tegemoet varen en helpt ons aan een mooring schuin tegenover het Anchorage Hotel. Je kunt hier ook ankeren, maar evenals in St. Pierre/Martinique zorgen wind en stroming ervoor dat de boten voortdurend alle kanten op draaien. Daarnaast is het vrij diep en ligt er –blijkt na het snorkelen- vrij veel rommel op de bodem te liggen variërend van autobanden, t-shirts tot aan golfplaten.

 

De mooring waar wij aan liggen, is van Seacat, een local die eigenlijk Octavius heet: van octopus, de poes van de zee. Seacat is ook degene die ons de volgende dag meeneemt op toer. We beginnen met een bezoek aan Customs in Roseau om in te klaren (en tegelijk uit te klaren als je niet langer dan 72 uur op het eiland blijft). De crewlist in 3-voud als ook de komst van een ferry helpen het bespoedigen van de procedure: Coos is binnen 15 minuten klaar. Roseau is een kleurrijk creools stadje met smalle straatjes en karakteristieke huisjes.

Met zijn taxibusje met bloementjesbekleding rijdt Seacat ons vervolgens naar het hoogste punt van het eiland dat met een auto te bereiken is, zo’n 2780 feet (= zo’n 900 meter) hoog. Van daaruit zou je uitzicht moeten hebben op het Freshwater Lake, maar helaas hangt er even een vochtige wolk voor. Om de bocht is het startpunt voor de hike naar Boeri Lake. Een spectaculair pad voert ons door Cloud Forest en die naam is zeer toepasselijk want de wolken blijven tussen de bergen hangen en we lopen door mistflarden. Het pad is overweldigend groen met af en toe een kleurrijk rood, geel of oranje: varens (groot en klein), bananenbomen, hibiscus met rood/oranje bloemen, hangmos en nog veel meer bomen en planten waar wij de namen niet van kennen. Het pad gaat omhoog en omlaag: de traptreden zijn gemaakt van de stam van de varenboom. Deze heeft van nature een anti-slip samenstelling, hetgeen ideaal is voor de wandelaar. Al wandelend horen we een prachtige ringtone, welke niet uit de mobiel van Seacat blijkt te komen, maar uit het keeltje van een vogeltje ter grootte en de kleur van een merel (behalve dat deze een witte stip met rode cirkel onder zijn snavel). De naam van het beestje is me ontschoten, de bijnaam niet: whistle of the forest. Alles om ons heen is nat, vochtig en dampig van de zojuist gevallen regen. We slurpen de superzuurstofrijke lucht op. Halverwege hebben we een paar stroompjes te overbruggen: het water is hier zo schoon dat we het gewoon drinken. Tico gebruikt hiervoor een Petit Canoe-blad, wat Seacat voor hem vouwt als was het een soeplepel.

Na zo’n 3 kwartier lopen, komen we uit bij Boeri Lake. Aanvankelijk is het meer nauwelijks te zien, omdat er een dikke wolk boven hangt. Maar als het even opklaart, krijgen we toch een mooie indruk van de verpletterende natuur om ons heen. Coos duikt dapper in het koude water, zo’n 17 graden, en ervaart een sauna-gevoel: eerst heel warm van het wandelen, dan afkoelen in het frisse water en dan weer genieten van de warmte. Terug zijn we net op tijd weer in de bus, voordat een volgende regenbui losbarst. Net als op St. Vincent zijn deze meren het tappunt voor een kilometerslange, dikke, houten pijp die leidt naar een electriciteitscentrale: water ter opwekking van energie.


Seacat slingert de bus behendig over de betonnen weg waar het beton af en toe ontbreekt. De volgende bezienswaardigheid is Titou Gorge, alwaar we de enige toeristen zijn. Met grote overtuiging stuurt Seacat ons het enkeldiepe bassin in vanwaar we zwemmend door een smalle kloof bij een waterval uit zullen komen. Het water is vrij fris, maar onder aanmoediging  van Seacat storten we ons in dit avontuur. Alle vier vinden we het enorm spannend om naar een onbekend, donker einddoel te zwemmen. Na wat bochten komen we op een stukje waar we weer kunnen staan en zien we de waterval even verderop. Tico en ik proberen tot aan de waterval te zwemmen en halen het op 3 meter na: de stroming is te sterk voor ons. Dan laten we ons stroomafwaarts meevoeren en bereiken we op halve kracht het bassin. Daar belonen we onszelf onder de warmwater-waterval; een soort van hydrojetstraal die nek en rug flink masseert. Als we weer droog en aangekleed zijn, worden 2 bussen met te dikke cruiseschiptoeristen losgelaten in de gorge.  


Inmiddels zijn we behoorlijk vol van alle overweldigende indrukken en vermoeid van alle inspanningen, maar de Travalgar Falls staan ook nog op het programma. Daar aangekomen lopen we via een eenvoudig begaanbaar wandelpad/trap tot aan het panorama-plateau. Het uitzicht vanaf hier zou zo passen in de film Avatar: zo mooi, groen, spectaculair, ongerept, woest! Natuur in de overtreffende trap. Trafalgar Falls betreffen 2 watervallen: links is warm water en rechts koud water. Dat kun je natuurlijk niet zien, maar als je nog even verder naar beneden klautert, wordt het je gewaar: achter de ene rots vind je grote en kleine natuurlijke bassins met heerlijk warm en soms bijna heet water. En dit wordt door grote en kleine rotsen gescheiden van de koud waterstroom. We kunnen uren poedelen in afwisselend warm en koud water en voor Tico en Sil is het een waar klimwalhalla. Enorme bakken met regen gooien na een uurtje roet in het eten en druipnat arriveren we bij Seacat’s bus.

Het is dan inmiddels 16.00 uur en we rijden we terug naar de boot. Onderweg plukt Seacat sterfruit, guave en grapefruits voor ons. Hij snijdt wat van de bast van een boom en dat blijkt verse kaneel. Hij plukt een paar roodkleurige bessen waarin een boon zit: de koffieboon. Hij trekt een pluk gras uit de kant van de weg wat geen gewoon gras is maar citroengras. En dat alles groeit hier gewoon in het wild!  

We hebben vandaag zoveel moois gezien en er is nog zoveel meer moois te zien op dit zuidelijk deel van het eiland (o.a. sulphur springs, valley of desolation, boiling lake, aerial tram), maar wij reizen morgen weer verder. We gaan dan 20 mijl noordwaarts richting Prince Rupert Bay (Portsmouth).

 

PS: de foto’s volgen zo snel als de internetverbinding dit toelaat!

 

woensdag 2 februari 2011

Meer Martinique!

Op dinsdag gaan we met de huurauto richting Fort de France en voor het eerst sinds maanden ervaren we weer “file-rijden”. Niks aan. Onderweg passeren we Hyper U, Carrefour, Champion, Mr. Ed en meer van dat soort enorme complexen op Centre Commercials. Weer gaat “het is net Frankrijk” helemaal op. Voordat we ons in het winkelgeweld storten, gaan we even de hoofdstad Fort de France “doen”. We slalommen ons een weg door de kleine straatjes van het centrum op weg naar het stadsstrand annex ankerbaai. Overal zien we kleine winkels van sinkels en waar we op de overige eiland als blanken in de minderheid waren, is de verhouding zwart/blank hier misschien wel 50/50 zijn. Na weken van relatieve rust op het water of in picture perfect ankerbaaien, vinden we zo’n “grote stad”  vooral erg druk. Ditzelfde ervaren we even later in de hypermarchee, de Carrefour… zoveel mensen …… Enfin, het mag voor mij de pret niet drukken. Ik kijk mijn ogen uit naar alle blikken, potten, pakken, pasta’s en we laden toch 1,5 winkelwagen vol met etenswaren. Daar kunnen we weer heel lang mee toe.

 

Terug in Le Marin laden we alles uit. Coos gaat wat klussen doen op de boot. En Tico en ik doen nog een paar laatste boodschappen bij de Mr. Ed (voor de blikjes echte Coca Cola en afbakbrood) en de Leader Price (pannenkoekenmix). Onderweg halen we ook nog de schone was op bij een verder overigens volstrekt chaotische wasserette. En dan komt de volgende uitdaging: al die boodschappen opruimen …. Welnu, als dat ook weer gelukt is, gaan Coos en ik naar de Mango Bar om te kunnen internetten en vermaken de jongens zich aan boord met hun nieuwste DS-spel: Strijd der Giganten, Dinosaurus. In de bar schuiven we aan bij allerhande zeilers die met laptop, notebook of smartphone aan lange tafels zitten. Een aantal zit met koptelefoon op om ongestoord te kunnen skypen. Na onze internetbeslommeringen drinken we nog wat met Erik en Margreet van de Liberty en gaan dan snel terug naar de boot want de jongens (en wijzelf ook) hebben inmiddels wel hebben gekregen.

 

Woensdagochtend (2/2) gooien we om 10.00 uur de trossen los en glijden we met een windje in de rug over glad water de grote baai uit. Heerlijk om weer “vrij” te zijn. Al varende doen we school en halverwege de tocht naar St. Pierre komen we de Nederlandse clipper “Stad Amsterdam” tegen (mooie foto’s kunnen maken). Aan het eind van de middag liggen we voor anker in St. Pierre. We koelen eerst even af in het water alwaar ik mijn zwemrondjes rond de boot doe. Mijn hardloopconditie is inmiddels geheel down the drain en middels dit trimzwemmen probeer ik mijn lijf nog een beetje in shape te houden. Daarna gaan we naar het stadje voor een kleine wandeling.

 

St. Pierre ligt aan de voet van de vulkaan Mount Pelee. Dit stadje was rond 1900 met zo’n 30.000 inwoners de hoofdstad van Martinique en werd met haar rijke culturele, zakelijke en sociale reputatie ook wel het Parijs van de Carieb genoemd. Het verhaal gaat dat net voordat de laatste oorspronkelijke bewoners (de Carib) door de Europese overheersers werden weggevaagd (rond 1658), door hen een vloek werd uitgesproken door de vulkaan op te roepen om wraak te nemen op deze genocide. Welnu, 2 eeuwen later, op 8 mei 1902, neemt Mount Pelee zijn verantwoordelijk daarvoor en spuugt zijn kokende lava uit over de stad. Hoewel er de gehele maand april al voortekenen waren voor een uitbarsting, durfde de gouverneur (onder druk van de grootste en rijkste plantages rondom St. Pierre) de stad niet te evacueren. Welnu, van de 30.000 inwoners overleven slechts 2 mensen dit drama: een meneer die toevallig net in zijn kelder onder zijn huis zit en de andere meneer, een moordenaar, die opgesloten zit in dikbemuurde gevangeniscel. In het stadje schijnen nog restanten zichtbaar te zijn en er is een museum ingericht dat verteld over deze geschiedenis. Helaas gaan wij dat allemaal niet met eigen ogen bekijken. We zijn hier nl. slechts voor 1 nacht, want morgen varen we door naar het eiland Dominica. Maar morgenochtend gaat Coos eerst nog uitklaren. Voor de zeilers LET OP: in tegenstelling tot wat de pilot zegt over in- en uitklaren via een zgn. customscomputer bij Brasserie L’Escapade, moet je hier tegenwoordig voor naar het Office du Tourisme!

 

Tot zover onze belevenissen op Martinique!