Globale reisplanning

Wij, de familie Keijser, hebben van 2010 tot 2011 met onze catamaran SeaMotions, voor een jaar een ' rondje Atlantic' gevaren. We koesteren onze herinneringen in ons dit digitale "book of memories". Daarna ben ik doorgegaan met het zo nu en dan vastleggen van het wel en wee van ons leven op land.







vrijdag 14 januari 2011

Petit Martinique, Petit St. Vincent, Union Island en Mayreau

Het plan is om in Petit Martinique diesel te tanken, maar evenals 9 jaar geleden, vinden wij het te "choppy" en te winderig om langszij de houten tanksteiger te gaan. Dit wordt overigens bevestigd door de Seaquest die wel getankt heeft en inderdaad aan landvasten en bolders heeft liggen schudden, trekken en duwen. We steken het zeegat over naar het naastgelegen eilandje Petit St. Vincent. Hoewel de tradewind lekker doorblaast (windkracht 6) liggen we qua golven redelijk beschut achter een puntje eiland en een rif. Petit St. Vincent is het kleinste en een van de meest succesvolle eilanden van de eilandengroep St. Vincent en the Grenadines. Er wordt een luxe resort geëxploiteerd; her en der verspreid over het begroeide eiland staan gerieflijke cottages, elk met een eigen stukje strand en alles ver genoeg bij elkaar vandaan om volop privacy te hebben. Zeilers zijn welkom op het eiland, mogen hun dinghy aan de steiger vastknopen en mogen  –met respect voor de privacy van de gasten- van het strand gebruik maken.

's Avonds gaan we met de Seaquest en de Tante Rietje een lekkere cocktail drinken in de bar van het resort. We voelen ons gezegend om hier te mogen zijn.

 

's Nachts voelt het vervolgens allemaal anders; de wind trekt aan en loeit door de verstaging. De regen klettert af en aan op het dek en de ramen blijven uiteindelijk maar dicht. Hierdoor stijgt de binnentemperatuur aanzienlijk. Enfin, alles bij elkaar genomen kan ik er maar slecht op slapen, zelfs niet als ik op de bank in de kajuit ga liggen. Hoewel ons aanvankelijke plan was nog lekker een dagje te relaxen op PSV, besluiten we 's ochtends anker op te gaan en naar Union Island te varen. Niet dat je daar nu zo beschut ligt, integendeel. Maar in Union Island moeten we wel eerst inklaren bij Douane en Immigratie. In de drukke ankerbaai achter het grote rif vinden we nog een plekje "aan hoger wal". Coos en Tico gaan aan land om in te klaren, Sil en ik maken school af. Om 15.00 uur, dezelfde dag, verlaten we vervolgens Union Island weer en varen we naar het de meer beschutte ankerbaai Saline Bay van het eiland Mayreau. Naast de gebruikelijke zeilboten ligt ook 's werelds grootste zeilboot hier voor anker: 187 meter lang. Het heet zeilboot omdat het 5 masten met zeilen heeft, maar het geheel ziet er meer uit als een kleine cruiseboot. Naar mijn mening zal het schip op wind alleen niet vooruit te branden zijn.

 

Zodra we goed liggen, duiken we in het water en gaan we op ontdekkingstocht bij het naastgelegen rif. De wondere onderwaterwereld blijft ons bekoren en verbazen. Aan Sil horen we of er iets te zien is; op hoge tonen slaakt hij –met snorkelpijp in de mond- diverse onverstaanbare verwonderende kreten. En anders gaat ie –onderwater- wel met zijn hoofd recht voor Coos' bril zwemmen en tikt hij -in meer of mindere mate subtiel- op Coos' snorkelbril. We zien verschillende gekleurde rifvissen, waaier- en hersenkoraal, koraalkelken en als klap op de vuurpijl ook een flinke rog. Terug aan boord pakken Tico en Sil direct het boek met koraalvissen erbij om de namen te vinden van de vissen ze gezien hebben. Vervolgens pakken ze tekenpapier, potlood en kleurpotloden om deze vissen (na) te tekenen. Wij genieten volop van hun onbevangen enthousiasme.

 

Op Mayreau wonen slechts 250 mensen. Om naar het dorpje te lopen, moeten we een steile heuvel bedwingen. Verspreid op de heuvel zien we bont gekleurde huisjes, winkeltjes en bar/restaurants. Als een cruiseboot het eiland aan doet, komen uit de huisjes uit alle gaten en hoeken kledingrekken, waslijnen met t-shirts, batikjurken en conche-schelpen tevoorschijn.

Als wij er lopen, zijn we bijna de enige "toerist" en oogt het dorpje relaxed. We wandelen door naar Salt Whistle Bay, een baai waar we 9 jaar geleden ook geweest zijn. Er is niet veel veranderd, behalve dat er 3x zoveel boten in de baai liggen. Met name het aantal (charter) catamarans is verdrievoudigd (all over de Carieb). Op de terugweg "aaien" de kinderen nog 2 landschildpadden, die aan de geitenpen in het gras schuivelen bij de Honey Bar. Even verderop drinken en internetten we nog even bij Dennis' Hideaway, terwijl de kinderen zich vermaken in het mini-zwembadje. Met de nadruk op "even"; het is einde dag, de zon gaat zakken en de muggen komen in grote getallen uit hun "hideaway's". Binnen 10 minuten worden de lichaamsdelen waar geen "Off" (anti-muggenspray) opgespoten is, lek geprikt.

 

Het waait nog onverminderd hard en 's nachts valt de regen af en aan met bakken uit de hemel.

 

De volgende ochtend, vrijdag 14/1, verplaatsen we, tegelijk met de Seaquest en Tante Rietje, naar het 1 mijl verderop gelegen Salt Whistle Bay. We hebben een perfecte timing; veel (charter)schepen verlaten de baai en wij vinden een mooie plek wat dieper de baai in. Daarna volgen nieuwe (charter)schepen en dan wordt het voor Tante Rietje toch nog even spannend. Een 43-foot Catana probeert op aanwijzing van een local zijn chartercatamaran voor Tante Rietje te parkeren, maar dreigt daarbij op een naastgelegen catamaran te eindigen. De schipper raakt in paniek, draait het roer alle kanten op, en scheurt de motor achtereenvolgens in vooruit-achteruit-vooruit (vol gas welteverstaan) om vervolgens zonder enige controle door het oog van de naald te kruipen, net geen andere schepen te rakend op volle snelheid de baai te verlaten en hoogstwaarschijnlijk koers te zetten naar Saline Bay. Zoals het spreekwoord luidt: "de beste stuurlui staan aan wal" analyseren schippers Henk, Huib-Jan en Coos  over de marifoon deze kamikaze-manoeuvres. La Luna en Vivente luisteren, gelegen in Saline Bay, mee en kiezen eieren voor hun geld: ze gaan anker op en komen ook naar Salt Whistle Bay. Als ze uitvaren, zien ze nog net een huurcat de baai in stuiven.

 

Vanaf onze boot kunnen we zo naar het strand zwemmen; het zand is zo fijn als pas gemalen meel en het water kleurt azuurblauw. De kinderen zitten de hele middag in het water met snorkel, kayak of superfrisbee en wij borrelen met de Nederlandse armada op het strand. 's Avonds eten we het laatste stukje tonijn (nog van de Atlantische oversteek) en de kinderen rollen rond half 9 -moe en voldaan- hun bed in. Binnen 5 minuten slapen ze. Het leven is goed voor ons gezin.

woensdag 12 januari 2011

Tekening toertje Grenada (door Tico en Sil



Deze tekeningen horen nog bij het verhaal van Tico en Sil over het toertje Grenada.

Toertje Grenada (door Tico en geholpen door Sil)

Vandaag (7/1) hebben we een auto gehuurd. En we doen daar een toertje mee. We staan vroeg op. En we gaan in het bijbootje naar de kant. Daar staat de man van de auto verhuur al klaar. We hebben een echte grote JEEP met een dakraam. Dat dakraam kan open. Ik en Sil steken onze hoofden uit het open dakraam. We doen de tour met de Seaquest. De tour begint nu.

We gaan eerst naar de watervallen. Maar we belanden ergens anders. We belanden in een regenwoud. Daar gaan we wandelen met een gids. Die gids spreekt alleen engels. Hij vertelt dat er een paar jaar geleden een orkaan is geweest. Die orkaan zorgde ervoor dat heel veel bomen kapot gingen. Nu zijn er veel bomen opnieuw geplant. Heel veel zijn nog maar vier jaar. De bomen die de orkaan overleefde, zijn nu al echt heel erg oud. We zien ook weer veel bananenbomen. Maar nu zien we op de bananenbomen ook een hele mooie bloem. Rood,  geel en groen. Die bloem zie je op het begin van het bananenblad. We zien hem een paar keer. Soms dat de bloem omhoog groeit maar ook dat de bloem omlaag groeit. Hij laat ons ook een bergpalm zien. Die palm heeft een roze of rood uitsteeksel. Dat door de bijen opgekloven is. Voor de bijen het opkluiven heeft het een soort van bolletjes op de uitsteeksels.

We zijn nu op de boven op de berg. Hier is een rare plant, een soort gras. Als je het aanraakt klapt het in. En na een paar minuten klapt hij weer open. Er was ook een boom die helemaal alleen stond. Er was ook geen vogelnest in de boom. Het was een varenboom. Er zat geen nest in, omdat er allemaal stekels op de stam en takken zaten. We lopen nu verder naar een groot meer. Een meer in de krater van een vulkaan.

Op weg naar het meer! We zien een hummingbird. Oftewel kolibrie. Hij vliegt naast een groot eivormig mierennest. Het mierennest hangt tussen twee bomen die in een kruisteken staan. Het mierennest ligt in de omgeving van omgevallen bomen van de orkaan. De gids vertelt ook over een soort bladeren waarmee je het weer kan voorspellen. Als de bladeren zich oprollen, komt er een storm en als ze open zijn is het normaal weer. Die bladeren zijn heel erg groot.

We zijn nu bij het meer. De gids heeft een zakje chips. De chips verkruimelt hij. En hij gooit de kruimels in het water. Er komen allemaal kleine vissen op af. En opeens een rood oranje vlek. Ongeveer 40 cm groot. Maar de vis is al snel weer de diepte in gedoken.

Als we weer bij auto zijn aangekomen, nemen we een laatste blik op deze plek. Net toen we wilden wegrijden, zien we een aap. Een wilde Mona Monkey. Sil mag hem een banaan geven. Die maakt hij vlug open. Dat doet hij sneller dan wij. De Mona Monkey leeft oorspronkelijk niet hier. Hij woont en komt van Afrika. En hij is lang geleden meegenomen door slaven. Die zetten ze uit in het wild. Niet zo als wij dat doen natuurlijk. Maar anders. Ik weet niet hoe. Er komen steeds meer mensen om de aap staan. Die vindt dat niet leuk dus rent hij weg. Nu de aap weg is, kunnen wij echt weg. Nu gaan we naar de chocoladefabriek.

We komen bij de chocoladefabriek. Eigenlijk is hij dicht. Maar de man die de chocolade maakt, maakt een uitzondering. Hij laat de apparatuur aan ons zien. Ik vertel zo hoe dat er uit ziet. Het is een kort bezoek. Maar wel beter dan niets. Hij vertelt ons dat we naar de cacaoplantage moeten, om meer te weten te komen over chocola. Dus dat doen we.

Dan zijn we op de locatie (Belmonte Estate, dit was vroeger een plantage) waar we meer over chocola kunnen weten. Er komt een vrouw op ons af en ze zegt: ik zal u vertellen hoe chocola wordt gemaakt. Zij spreekt ook alleen engels. Zij vertelt dat de chocola wordt gemaakt van de cacaoboon. Eerst moet je de cacaoboon plukken van een cacaoboom. Daar gebruiken ze een soort zwaard voor. Die zwaarden heten MANCHETTES. Daarna ze doen de bonen in een bak. Die bedekken ze met bananenbladeren en jutezakken.  Oftewel ze laten de bonen gisten\zweten. Om de twee dagen wisselen ze van bak. Dat doen ze 7\9 dagen. Dan laten ze de bonen drogen in bakken buiten. Als de zon schijnt, wordt de bak in de zon geschoven. En als het regent wordt, de bak onder het dakje geschoven. En ze moeten soms met hun voeten de bonen omwoelen, zodat niet een kant droog wordt. Dan gaan de bonen naar de fabriek. Daar worden ze geschild. Dat doen ze met een grote rode machine. Je doet de bonen aan de ene kant er in, dan komen ze er aan de andere kant er weer uit.  Ze moeten daarna de bonen vermalen in kleine stukjes. Dan gaan ze in de perser. Dat is dat het plat wordt gedrukt en een soort chocolademoes over blijft. Die doen ze dan in een freezer, zodat het koud wordt. Dan gaat het weer in een machine en die machine zorgt ervoor dat er rechthoekige repen  van worden gemaakt. Dan de laatste stap. Je hebt 3 soorten chocoladerepen:  62%, 72% en 83%. Dat betekent hoe puur het is. Nu kan het naar de winkel. En gaan wij terug naar de boot (met een paar repen chocolade!!).

Dat was ons verslag.
 
PS: een foto van onze tekeningen over deze dag zet

Carriacou, Tyrell Bay & Sandy Island

Op zaterdagochtend  (8/1) gaan we anker op en zetten we koers richting het ietwat noordelijker gelegen eiland Carriacou. Het is een aan-de-windse trip en niet geheel comfortabel. Vooral ter hoogte van de (niet- actieve) onderwatervulkaan en de grote rots "Kick 'm Jenny", hebben we een rare klotszee. Aan het eind van de middag laten we ons anker weer vallen in Tyrell Bay. In mijn herinnering lag hier 9 jaar geleden slechts een handjevol boten. Coos twijfelt nog of we hier 9 jaar geleden überhaupt wel waren. Onze volgers kunnen ons vertellen wie er gelijk heeft door op onze website www.candideopreis.nl te kijken. Onze internetverbinding is momenteel te zwak om dit zelf te doen. Enfin, tegenwoordig liggen er wel zo'n 100 boten; een kwart hiervan is van zeilers die hier ooit gestrand zijn en daarna nooit meer uitgevaren zijn. Hun scheepjes zien er inmiddels behoorlijk doorleefd uit. De rest van de zeilschepen is op doorreis.

 

Tyrell Bay oogt verre van toeristisch; aan de kant geen fancy bars of restaurants. Wel een paar houten uitspanningen waar een verweerd bord vertelt dat het om een restaurant gaat, maar dat is dan ook alles. Volgens de paar locals die we spreken -als we in een uitspanning een halve liter cola nuttigen; de flesjes zijn hier niet kleiner te verkrijgen-, kabbelt het leven op Carriacou rustig voort. Alles gaat in een heel relaxed tempo.

 

Op zondagochtend (9/1)staat een dinghy-tocht door het Mangrove Swamp op het programma:een lagune omgeven door mangrovebomen. Deze lagune wordt in het geval van een dreigende orkaan gebruikt als "hurricane hole". Alleen dan mag je met je zeilboot de lagune in en parkeer je je boot van voren tussen de mangrove-wortels en leg je 'm van achteren vast met ankers. Wij peddelen er met kayak en dinghy doorheen en luisteren naar krakende takken en knisperende mossels op de wortels. Af en toe krijst er een verstopte vogel.

 

's Avonds krijgen we veel regenbuien over. Nadeel: alles nat buiten. Voordeel: het dek is weer zoet en de temperatuur daalt.

 

Maandagochtend (10/1) om half 8 staat Coos bij de Laundrette met een baal wasgoed en om 10.00 uur ben ik weer blij met schone handdoeken en lakens. We varen vervolgens 4 mijl verderop naar Sandy Island: een strookje zand met een paar verdwaalde palmbomen in de baai bij Hillsbourough. We liggen hier aan een mooringboei en brengen de middag op het strand door. De kinderen zitten non-stop in het water en we genieten met elkaar van een wonderbaarlijke onderwaterwereld: we zien zee-egels en allerlei kleurige rifvissen. Voor de mooringboei zouden we eigenlijk moeten betalen, maar het bootje waarmee de mooringfee's worden geïnd, is enige tijd gestolen –zo gaat het verhaal- en dus worden de mooringfee's niet meer geïnd. Voor alle zekerheid doet Coos met snorkel een inspectie van de mooring: het ziet er allemaal zeer degelijk en vooral nieuw uit. Tegen donker wordt de sterkte van de mooring nog een keer geteest als er een enorme squall overkomt met veel regen en veel wind. Coos heeft voor de zekerheid het anker ook laten zakken, maar dat blijft vooralsnog ongebruikt op de bodem liggen. De mooringboei is goedgekeurd.

 

De volgende ochtend (11/1) varen we naar Hillsbourough om uit te klaren bij Immigratie en Douane en daarna motoren we -tegen wind en golven in- het even verderop gelegen Petit Martinique en Petit St. Vincent

maandag 10 januari 2011

meer prickly Bay

De eerste dagen na de jaarwisseling bestaan uit uitrusten: naast vermoeidheid van een Atlantische Oversteek komen we ook rustig aan bij van de toch wat turbulente week op Tobago. Behalve een expeditie naar een geldautomaat (4km gewandeld naar het vliegveld voor een geldautomaat; het had ook dichterbij gekund, maar we nemen een verkeerde weg ….) doen we niet veel meer dan zwemmen, lezen, lego-en en liggend luisterboek luisteren. 's Avonds gaan we met de kippen op stok; ons absolute record is dat we met z'n allen om 20.10 uur in bed liggen en 20.15 uur slapen.

 

Op 3 januari begint dan het gewone leven weer. Bij ons aan boord betekent dat we weer met school beginnen: de boeken en schriften worden ontstoft en beide jongens gaan de 1e dag opgetogen aan de slag. Halverwege de ochtend worden ze "opgeschrikt" door een luide toeter: de Seaquest meldt zich in de ankerbaai van Prickly Bay en laat het anker naast ons vallen. Gesjellug!!

 

De volgende middag wordt een strandbbq georganiseerd: Huib-Jan (Seaquest) en Henk (Tante Rietje) doen boodschappen en Mickey (bemanningslid Tante Rietje) organiseert een plek op het strand. Wij hoeven alleen maar onze Cobb mee te nemen en aan te schuiven, wat een luxe! Als verrassing heeft Mickey 3 verse kreeften gekocht bij de lokale vissers. Het zijn echt enorme joekels. De kinderen kijken ademloos toe als Mickey de kreeften prepareert voor het roosteren. Lees; hun koppen afhakt met een heuse bijl. Die arme, tere kinderzieltjes …. Alhoewel, die Keijserlijke jagers schijnen er geen enkele moeite mee te hebben. Dat is hoe het nu eenmaal gaat in de natuur, volgens hen. We eten, drinken, kletsen en de kinderen zwemmen vooral. Vlak voordat de schemer valt en de muggen in grote getallen komen opzetten, worden de bbq's gedoofd en zetten we de gezelligheid voort een stukje verderop bij Prickly Bay Bar, alwaar het happy hour is. Coos en ik nemen, net als 9 jaar geleden, de rumpunch. Die smaakt nog net zo lekker. Verder is het wel het een en ander veranderd bij de bar: er zijn volop tafels waaraan je kunt zitten en er is animatie! Deze woensdagavond is BINGO-avond. Wie had ooit gedacht dat wij aan de BINGO zouden gaan in de Carieb? Welnu, iedereen gaat aan de BINGO. We hebben een hilarische tijd en helaas geen prijs.

 

Er is hier een zeer actieve zeilerscommunity, waarvan de harde kern bestaat uit permanente live aboards: mensen die bewust hebben gekozen voor zeilend leven en vaak langere tijd op een plek blijven. Grenada is bijvoorbeeld zeer favoriet om het orkaanseizoen te verblijven omdat de orkanen meestal niet zo zuidelijk komen. En als er eentje wel Grenada aan dreigt te doen, is het een relatief klein stukje zeilen naar het nog zuidelijker gelegen Trinidad. 's Ochtends luisteren we altijd even naar het lokale radionetje op VHF 68, opgezet door deze permanente zeilers. We horen de laatste cruisingnieuws. Mensen die net zijn aangekomen of weer gaan vertrekken kunnen zich aan- en afmelden, er is een "treasures of the bilge"-rubriek (te koop aangeboden/gezocht) en lokale business kan reclame maken. Denk aan taxibusjes, restaurants en winkeltjes.

 

Op donderdag gaan we met het lokale vervoer naar St.George: in The Lagoon waar we toen voor anker lagen is nu een heuse marina verrezen met luxe faciliteiten. Aan de westkant van de stad is een grote pier gebouwd waar cruiseschepen kunnen aanleggen. En uiteraard hoort er dan ook een shopping mall bij; de toeristen moeten hun US of EC dollars natuurlijk wel kunnen uitgeven.

 

Voor vrijdag hebben we een auto gehuurd, tot groot plezier van de kinderen is het wederom een jeep! We rijden, samen met de Seaquest, naar het Grand Etang Rainforest en we hopen dat we, net als 9 jaar geleden, naar de Seven Sisters Waterfalls kunnen wandelen. Helaas heeft het teveel geregend en zijn de paden te glibberig. Als alternatief wandelen we met een gids naar het Grand Etang Lake; hij weet alles van de bomen, planten en dieren in het regenwoud. Orkaan Ivan heeft in 2004 65% van het regenwoud verwoest, maar daar is niets meer van te zien: de natuur heeft zich in no time hersteld via nieuwe, jonge bomen, struiken en planten. Vervolgens rijden we door naar Belmonte Estate, een cacao-plantage van 300 jaar oud. Hoewel het 5 minuten voor sluitingstijd is, neemt een gids ons enthousiast onder haar hoede en vertelt en toont ons alles over de het proces van cacaovrucht naar chocoladereep. Deze plantage was eerst van een Franse familie, daarna van een Schotse familie. Ruim na de afschaffing van de slavernij heeft een Grenadiaanse familie de plantage gekocht en die familie beheert het nog steeds.

 

Grenada wordt ook wel Spice Island genoemd: specerijen als bijv. nootmuskaat, gember, kaneel, kruidnagelen komt hier vandaan. Sterker nog: Grenada is 's werelds 3e producent als het gaat om nootmuskaat.

 

Ook al zit je relatief veel in de auto op zo'n dag, we zijn toch weer zoveel indrukken rijker. Zo gaan de alle kinderen op Grenada in schooluniform naar school. Per school is het uniform anders van kleur of patroon en dragen de meisjes wel of niet een maillot onder de rok. Vanaf de middelbare school dragen jongens en meisjes een stropdas. Zo'n schooluniform is misschien helemaal nog niet zo slecht: het uniform doet onderlinge verschillen in welstand te niet. Verder heeft elk dorpje een of meerdere zeer actieve kerkgemeenschappen: 7e dag adventisten, jehova's getuigen, baptisten, Christ for youth en nog veel meer. Op vrijdagavond wordt het begin van het weekend gevierd; in de namiddag verzamelen familie/vrienden zich langs de weg, wordt de bbq opgepookt en gaat de muziek een standje harder.

We eindigen de trip bij de Spice Mall, een grote supermarkt waar je goed boodschappen kunt doen.

 

En dan zit onze tijd op Grenada er weer op.

 

 

 

 

donderdag 6 januari 2011

nog steeds Prickly Bay

We zijn nog even in Prickly Bay en hebben het goed.

 

In een notendop: de Seaquest heeft zich weer bij ons gevoegd, de 1e Carieb-beach-BBQ was geslaagd, de rumpunch tijdens happy hour smaakt nog goed en helaas vallen we met de lokale BINGO-avond niet in de prijzen. En The Lagoon in St. George is totaal veranderd: geen ankerplaats meer waar je ’s nachts alert moet zijn op zwemmende kruimeldieven, maar een heuse marina met luxe faciliteiten is verrezen.

Kortom, sommige zaken veranderen nooit en tegelijkertijd staan tijd en vooruitgang niet stil op Spice Island Grenada.

 

Een uitgebreid verhaal volgt snel. Eerst nog wat foto’s van onze tijd in Store Bay-Tobago; zie hiervoor het rechterkader!

 

zaterdag 1 januari 2011

Sweet memories .... in Prickly Bay, Grenada

Wij zijn inmiddels op Grenada, voor anker in Prickly Bay, aan de zuidkant van het eiland. We zijn hier de 31ste rond half 4 gearriveerd na een razendsnelle oversteek van 77 mijl vanuit Tobago. De wind heeft ons met gemiddeld 20 knopen halve wind in het dubbel gereefd grootzeil en een halve fok deze kant op geblazen. De golven zijn aanvankelijk hoog en kort, maar naarmate we vorderen, krijgt de zee een aangenamer cadans.

Onze oudejaarsavond is heel relaxed. We eten eerst lekker eten aan boord en doen met z’n viertjes spelletjes. Om 19.15 uur lokale tijd (00.15 uur Nederlandse tijd) bellen we de wederzijdse ouders om hen een gelukkig nieuwjaar te wensen. In gedachten dan, want bij beiden krijgen we geen gehoor.
Bij de bar op de kant speelt een steelband relaxte muziek en we genieten volop.
Rond half 10 gaan we een borreltje gaan drinken bij een ander Nederlands stel, Frits en Marleen van de Salon. De kinderen mogen uiteraard opblijven, en Sil valt rond 22.00 uur heerlijk in slaap op hun kajuitbank. Tico wil aanvankelijk wakker blijven (met zijn ogen dicht, haha). Om 24.00 uur maken we ze wakker en kijken we naar het vuurwerk. Net als in Nederland, steekt de lokale Chinees het meeste (en mooiste) vuurwerk af. Wij schieten nog een over-datum-vuurpijl de lucht in en laten een wensballon op. Dat laatste is nog even spannend, want hij dreigt voortijdig –brandend- te landen op een andere boot …..althans, zo lijkt het …. aarrrrghhhh …..  Het loopt gelukkig/uiteraard allemaal goed af.

Aan Prickly Bay koesteren we warme herinneringen … 9 jaar geleden met de CANDIDE, Exuberance (Candace), de Anja K (Ernst&Marlies), en de Turkse Gulet van Debbie en Karl. We hebben hier toen zo’n geweldige, zorgeloze tijd gehad…. hmmmm....sweet memories ….

In de tussentijd is er veel veranderd. Dat er in 2004 behoorlijk wat aan bebouwing is weggeblazen door orkaan Ivan is niet meer te zien. Althans, niet in deze baai en bezien vanaf de boot. We zien op de kant juist prachtige villa’s, een afschuwelijk lelijk appartementencomplex en de enorm uitgebreide Spice Island Marina met ook nog eens vele boten op de kant. Kortom, de Amerikaan en de Europeaan heeft Grenada ontdekt en bouwt er zijn buitenhuis of heeft er zijn jacht. Als de Grenadiaan er ook maar beter van wordt, nietwaar?!
                    
To be continued!!